De Zondebokken
Zondenbokken
Gisteren wandelde ik door hagel en zonnestralen in de stad waar ik woon. Mensen kijken op hun scherm of naar de stoeptegels. Jassen met sjaals passeren mij zonder op te kijken. Oogcontact, misschien een kleine groet, het is niet meer van deze tijd. Ik ga ergens zitten, bestel iets warms en lees verder in het boek Absolute Democratie van Pfeijffer. Hij beschrijft hoe de democratie zichzelf van binnenuit langzaam (maar steeds sneller) vernietigt.
De angst nestelt zich in ons lijf, de wereld die we onze kinderen en kleinkinderen nalaten oogt donker en grimmig. Terwijl onze beschaving zich naar de geschiedenisboeken kreupelt zoekt men in de internetbubbels opnieuw naar schuldigen, de zondebokken. Het is, waar dan ook, altijd de schuld van iemand anders.
Ik wandel naar het stadsmuseum van Tienen, het Toreke. Er loopt een tijdelijke tentoonstelling ‘Spoorloos’. Het gaat over Transport XX, een goederen trein vol zondebokken die op een mooie lentedag in april 1943 vertrekt vanuit Mechelen naar de gruwelijke eindbestemming: de dood. In Tienen springen zes wanhopige zondebokken uit de trein naar het licht van de lente. Ze worden genadeloos doodgeschoten.
Het is stil in het Toreke, er is alleen het geluid van mijn voetstappen en een projector. Tegen een witte muur worden portretten getoond van mensen met jassen en sjaals. Sommigen glimlachen, de mannen dragen een das, de vrouwen zijn opgemaakt. Ze lijken op de foto’s van mijn grootouders. Er is geen verschil. Maar het waren zondebokken.
En ze kijken recht in je ogen.