Karel Creemers
Het was een andere eeuw. De sinistere Sint Jacobskerk met zijn duivelsklok werpt een schaduw over de ‘paardenmarkt’ van Leuven. Een grote groep mensen staat te wachten voor de ingang van circus Ronaldo en kijkt naar de schilderijen van Arlecchino, Pulcinella en andere personages uit de Commedia dell’arte die door een zacht zomerbriesje in het licht van de lampionnetjes tot leven lijken te komen.
En plots is er die stem van ruw schuurpapier die iedereen laat opkijken. Boven op het chapiteaux staat een man te schreeuwen: “Signore e Signori!” Hij vervormt met beide handen zijn mond tot een groteske roephoorn en maant ons aan om binnen te komen. Maar iedereen blijft kijken naar dat wezen dat lijkt op een gargouille die zich van de kerk heeft losgemaakt. Een illustratie uit een donker sprookjesboek van lang geleden is tot leven gekomen om ons te betoveren. De magie van Ronaldo. De magie van Karel Creemers.
Hij is de clown, Il Bruto, de ruwste zanni. Hij is Tijl Uilenspiegel, de nar, de zot. Onze spiegel. Baldadig, sluw, achterdochtig, schelms en buitensporig grappig. Maar de ware magie van Karel waren zijn ogen. Onder al die bravoure zag ik in die ogen zijn menselijkheid, zijn kwetsbaarheid, de pure clown.
Ik heb later het genoegen gehad om een paar keer te mogen vertellen op de kerstvoorstellingen van Circus Ronaldo. Soms nodigde Karel me uit voor een koffietje, een babbeltje op het trapje voor zijn woonwagen. Kleine gesprekken over kleine dingen.
‘Ne schone mens is heen gegaan. Hij verkoopt zijn ‘Pinokio sacrale’ nu aan alle engeltjes en duiveltjes in de hemel en de hel. Want een clown is overal nodig.
Voor altijd onsterfelijk.