Verteltwijfels in een slapeloze nacht
Het wegdek is nat en de dag begint grijs. Ik schrijf maar vind de woorden niet om taal te geven die de laaiende onrust kan beschrijven die me verteert. De mensheid is ziek en de rede die noodzakelijk is om haar te genezen wordt niet meer begrepen. Het grootste gevaar voor een democratie is niet de ambitie van de machtigen maar de zelf gekozen dommigheid van de massa. Blind hobbelt de mens in een lange kleurrijke stoet, vol toeters en bellen naar de rand van de afgrond. Daarna, tijdens de val, begint het gillen en gaan de ogen open. Of niet.
We leven in een waarneembare donkere realiteit die niet meer wordt gezien en begrepen. Er bestaan nochtans talloze oude en nieuwe verhalen, liederen, schilderijen en literatuur die inzicht verschaffen maar ze verwelken in de glitter van schetterende illusies. Waar zijn de woorden en de zinnen gebleven die universeel begrepen kunnen worden? Moeten we een nieuwe taal uitvinden, aangepast aan het heden, om gehoord te worden? Licht het accent teveel op het entertainen en te weinig op het verhaal. Misschien onderschatten we de oerkracht van ons oude ambacht? Of ontbreekt het ons/mij domweg aan moed om de stem te verheffen tussen het gekrakeel in deze toren van Babel?
De plassen op het asvalt weerkaatsen het licht van koplampen voordat ze uiteenspatten in heldere spetters die wegvloeien in een goot die verdwijnt in een riool.